Kerk 2025

Oogmerk is hierbij de regelgeving te verminderen met als doel de focus op de inhoud te vergroten en toch de mogelijkheden en kaders helder en werkbaar vast te leggen. Met de nieuwe structuur wordt mede vorm gegeven aan het streven naar meer mobiliteit van predikanten. Vanwege dat laatste, maar ook vanuit de redenering dat de kerkelijk werkers formeel niet onder de (werkgevers)verantwoordelijkheid van de synode vallen - immers zij zijn in dienst van de plaatselijke gemeenten - heeft het moderamen ervoor gekozen de positie van deze groep niet in deze voorstellen te benoemen.
Tijdens de bespreking van het profiel van de classispredikant op de synodevergadering van 18 november werd echter een amendement ingediend (ds. H. Jansen, Winsum) om de kerkelijk werkers wel te noemen als te bezoeken door de nieuwe classispredikant, evenals de predikanten. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het voorstel om op te nemen dat dit van toepassing is op ‘kerkelijk werkers met een vaste aanstelling’.
Uiteraard waarderen wij de inzet van ds. Jansen enorm. Ook wij gaan ervan uit dat de kerkelijk werkers onder de aandacht van de classispredikanten zullen (moeten) vallen. Alleen is het criterium van een vaste aanstelling niet erg gelukkig, want helaas ontbreekt het daar nog al eens aan, ondanks de substantiële bijdrage aan het kerkelijk werk. Hierdoor kan een aantal werkers worden buitengesloten.
Hierover voerden wij na de synodebespreking overleg met de adviseur van het moderamen, ds. Giethoorn. Ons voorstel zou zijn om uit te gaan van hetzelfde criterium als geldt voor deelname aan de Permanente Educatie en dat ook is geformuleerd in de generale regeling kerkelijk werkers, namelijk een dienstverband van minimaal 33,33% voor tenminste een jaar. Ook leek het ons consequent om – als de kerkelijk werker wordt genoemd in de functiebeschrijving – dat ook te doen in de kerkordetekst.

In dat overleg bleek echter dat het moderamen er al van uitgaat dat de nieuwe regelgeving in ieder geval van toepassing is op die kerkelijk werkers ‘die het werk doen als van een predikant’.
Tegelijk is uitgangspunt dat alle overige kerkelijk werkers die voldoen aan het criterium voor de PE ook in het ambt van ouderling bevestigd zijn en langs die weg formeel onderdeel uitmaken van het overleg van de kerkenraad binnen de classis en zo in contact (kunnen) treden met de classispredikant.
Overigens zal volgens de nieuwe regeling van de PE de classispredikant kennis kunnen nemen van alle scholingsplannen, ook van de kerkelijk werkers. Dus ook daar komt men in beeld.

Door de verklaring van de gehanteerde visie bij het formuleren van de voorstellen, namelijk om die om formele redenen te beperken tot de predikanten en de conclusie dat de kerkelijk werker voldoende in beeld kan komen op bovenstaande wijze, zien wij geen aanleiding om  afwijzend tegenover deze teksten te staan. Het gegeven dat de kerkelijk werker in dienst is van de plaatselijke gemeente en niet van de landelijke kerk is hierin een leidend feit (ongeacht wat daarvan gevonden kan worden door kerkelijk werkers zelf en anderen).
Wel hebben wij uitdrukkelijk gevraagd om een en ander bij de verdere presentatie toe te lichten. Dit kan veel onbegrip en vragen voorkomen.

Hoe nu verder?
De besluiten die de synode nu genomen heeft in deze “eerste lezing” gaan nu, volgens planning half december, naar de kerkenraden/classes met het verzoek deze te bespreken en van commentaar te voorzien. Dit is de zgn. consideratieronde. In september 2017 besluit de synode definitief.
Voor de kerkelijk werkers valt uit deze gang van zaken op te maken dat zij wel degelijk onderdeel uitmaken van de kerkelijke structuur en van vitaal belang zijn voor het werk in gemeenten en classes. Daarvoor werd ook ter synode nadrukkelijk waardering uitgesproken door het moderamen. Weliswaar wordt dat in deze teksten niet expliciet benoemd.

Het blijft erop aankomen, nu en in de toekomst, om als (ouderling) kerkelijk werker ten volle positie in te nemen, zichtbaar en betrokken te blijven bij plaatselijk en bovenplaatselijk overleg en door deelname aan de PE en anderszins volop bezig te blijven met de eigen professionele ontwikkeling.
Wij hebben er goede hoop op dat de nieuwe indeling en de aanstelling van de classispredikant positief zal uitwerken voor de positie en arbeidsomstandigheden van de kerkelijk werker. Juist bij de komende grote veranderingen in de kerk, bijvoorbeeld de overgang naar kleinere (huis?)gemeenten ligt een belangrijke rol. Laten we hierin vooral in kansen denken en in gezamenlijkheid een bijdrage leveren aan de kerk van 2025, en liefst ook verder!

Margriet van Andel
Beleidsmedewerker Kerk en Ideëel

« Terug naar het nieuwsoverzicht

Adressen

Als gevolg van de fusie vormen de besturen van VKW en Kerk & Ideëel vanaf 2016 tezamen één bestuur.

voorzitter namens K&I:
John Kerseboom

voorzitter namens VKW:
Christiaan Boers
Wijkseweg 15,
7396 BC Terwolde
0571 - 795024 / 06 53847528
cboers58@kpnmail.nl

secretaris namens K&I:
Theo van Driel
kerkenideeel@cnvpubliekezaak.nl

secretaris namens VKW:
Pieter Quakkelaar
Straatweg 130D,
3603 CS Maarssen
034 6574738 / 06 11956787
p.quakkelaar@kpnplanet.nl

penningmeester
Hans Wilders
Bovenvenen 32
1507 MK Zaandam
075 6354715/0657219625