“De kerkelijk werker en de preekstoel, ins en outs rond het preekconsent”

De eerste bijdrage werd gegeven door Marleen Schoonderwoerd. Zij deed in 2013 onderzoek naar ervaringen met het preekconsent bij HBO-opgeleide theologen. Aanleiding voor haar onderzoek, in het kader van haar afstuderen aan Windesheim, was het grote aantal HBO-theologen dat onbevoegd voorgaat binnen de PKN. Dat bleek uit diverse onderzoeken en ook uit de peiling van de VKW in 2012: voor ruim de helft van de kerkelijk werkers die regelmatig voorgaan bestaat geen consent. Uit nader onderzoek naar de vraag waarom dat niet wordt aangevraagd, bleek de procedure een grote hobbel te zijn. Inmiddels zijn daar aanzienlijke verbeteringen in aangebracht. Marleen geeft ook een aantal aanbevelingen. Hieronder volgt de tekst die zij ter begeleiding van een aantal sheets uitsprak.

Marleen Schoonderwoerd:
"Allereerst hartelijk dank aan jullie als Vereniging voor de uitnodiging om iets te vertellen over mijn onderzoek naar ervaringen met het preekconsent. Mijn naam is Marleen Schoonderwoerd en ik ben nu ruim een jaar afgestudeerd als HBO-theoloog aan het Windesheim College. Ik wil jullie graag kort iets vertellen over het onderzoek dat ik heb gedaan. Hiermee hoop ik een goede bijdrage te kunnen leveren aan jullie gesprek over dit onderwerp.
De volgende onderwerpen komen aan bod: wat was de aanleiding voor mijn onderzoek, wat heb ik onderzocht, wat zijn de conclusies en hoe kijk ik nu tegen het onderwerp aan? Maar ik wil graag beginnen met kort iets te vertellen over wat er in de HBO-opleiding Theologie en Levensbeschouwing van Windesheim wordt geboden aan opleiding voor het preken en voorgaan.

Windesheim
Twee vakken bereiden in de opleiding sinds 2006 heel concreet voor op het maken en houden van een preek of overdenking. Het eerste vak is Verstaan van Tekst en Praktijk dat wordt gegeven in jaar 2 en 3. Tijdens dit vak leer je verschillende methoden aan om een exegese te maken. Daarnaast leer je ook hoe de Bijbel in de loop der eeuwen is uitgelegd, en hoe je komt van exegese tot een vertolking van de tekst naar het heden. Voor wie dit vak niet heeft gehad, is er bij Windesheim een post HBO-cursus De Bijbel uitleggen en vertolken.
In jaar 4 krijgen studenten het vak homiletiek, dus preekkunde. Hoe maak je een preek en hoe houd je een preek. Iedere student houdt een preek en met elkaar als studenten beoordeel je elkaars preek op basis van een aantal criteria.

Aanleiding onderzoek
Over naar mijn onderzoek. Wat was eigenlijk de aanleiding? Uit diverse alumnionderzoeken van de Christelijke Hogeschool Ede onder afgestudeerde theologiestudenten bleek dat een groot aantal van hen voorging. Binnen de Protestantse Kerk Nederland ging dat om ongeveer 80% van de kerkelijk werkers. Uit een van deze onderzoeken bleek ook dat nog niet de helft beschikte over een preekconsent. Velen gaan dus onbevoegd voor. Een aanbeveling die twee keer terugkomt in de onderzoeken van de CHE is dat het voorgaan van kerkelijk werkers vraagt om adequaat beleid van de werkgever.

Een vergelijkbaar resultaat kwam uit een peiling van de Vereniging Kerkelijk werkers naar voren. In 2012 is er een peiling gehouden en daaruit bleek ook dat er veel gepreekt wordt, maar dat ruim de helft van de kerkelijk werkers die voorgaan, geen consent hebben. De peiling van de VKW brengt ook naar voren dat veel kerkelijk werkers de procedure om een preekconsent aan te vragen ervaren als 'lastig' en dat ze de gehanteerde criteria niet 'praktijkgegrond' vinden.
De Protestantse Kerk in Nederland heeft deze praktijksituatie ook beschreven in het rapport Positie HBO-theoloog – kerkelijk werker uit 2011 en heeft aanbevelingen gedaan voor verbeteringen van de procedure. Deze zijn in 2013 ingegaan. Dit hield onder andere in dat de criteria om een aanvraag te kunnen doen zijn verruimd. Er zijn nu twee criteria: je moet als ingeschreven kerkelijk werker een aanvullend traject volgen, en de kerkenraad moet een noodzaak schetsen, dat er niet op een andere mogelijkheid in het voorgaan kan worden voorzien.
Met name het feit dat de kerkelijk werkers de procedure ervaren als 'lastig' en de criteria als 'niet praktijkgegrond' is aanleiding geweest voor de vraag: hoe ervaren kerkelijk werker, kerkenraad, classis en Kleine Synode de procedure voor aanvraag van het preekconsent?
Ik heb zeven interviews gedaan, vier met kerkelijk werkers, met een kerkenraad, met een vertegenwoordiger van de classis en van de Kleine Synode – en daarmee bedoel ik de Commissie Preekconsenten. Dit leidde een aantal conclusies, waarvan ik er drie noem.
1. Knelpunten voor kerkelijk werkers
Kerkelijk werkers ervaren knelpunten die maken dat zij geen initiatief kunnen nemen voor aanvraag van de procedure voor het preekconsent. Deze knelpunten kunnen zijn – op basis van mijn onderzoek: een kerkelijk werker werkt tijdelijk in een andere gemeente, en die andere gemeente ligt buiten de classis dan waarvoor zij preekconsent heeft; een kerkelijk werker moet een nieuwe aanvraag doen als hij of zij in een andere gemeente komt te werken; een kerkelijk werker wordt gevraagd om een zondag te preken in een gemeente buiten de classis. Niet op basis van het onderzoek, maar wel verhalen die ik hoor: een kerkelijk werker wordt gevraagd om in vakantietijd voor te gaan, of om op 1 januari voor te gaan.
2. Verschillende ervaring wat betreft criterium noodzaak
Het criterium van de noodzaak – is er geen andere mogelijkheid om iemand in de gemeente te laten voorgaan? – zoals dat door de classis beoordeeld moet worden, wordt, verschillend ervaren. Een kerkelijk werker vindt het criterium oneigenlijk. Hoe kun je precies de noodzaak meten? Is het niet vooral bedoeld om kerkelijk werkers van de preekstoel te weren? De kerkenraad in mijn onderzoek blijkt niet van het criterium op de hoogte, die denkt dat de classis eigenlijk geen rol speelt in het proces. De classis vindt het moeilijk om dit criterium te beoordelen, want hoe doe je dat eigenlijk? Zit je dan niet op de plek van de kerkenraad? Is er niet altijd een predikant die zou kunnen preken? En de Commissie Preekconsenten vindt juist dat dit bij de classis thuis hoort en niet bij de Kleine Synode, of CP. Want er komen soms aanvragen binnen die eigenlijk door de classis tegengehouden hadden moeten worden.
1. Commissie Preekconsenten hanteert een overzichtelijke set inhoudelijke criteria
op basis waarvan zij een preek beoordelen, alleen zijn deze criteria voor niemand bekend en zichtbaar. Ook kent de Commissie Preekconsenten een ruimhartig toelatingsbeleid. Er wordt best veel kritiek geuit op preken, maar vrijwel niemand wordt afgewezen. Er wordt sterk gekeken naar de groeimogelijkheden van iemand, en daar speelt het persoonlijke gesprek dat bij de eerste aanvraag wordt vermeld, een belangrijke rol in.
Hoe is het verder gegaan?
Ik heb een aantal aanbevelingen gedaan, onder andere aan de Kleine Synode om de criteria openbaar te maken. Dat is inmiddels gebeurd. Op de website staat duidelijk vermeld hoe de procedure werkt en aan de hand van welke criteria preek en liturgie beoordeeld worden.
Inmiddels is ook Teunie de Water – gevormd door een opleiding Godsdienst Pastoraal Werk – lid geworden van de Commissie Preekconsenten en zij zal straks ook iets meer over de commissie vertellen.
Ik heb op persoonlijke titel ook nog een artikel geschreven voor Woord en Dienst. In dit artikel ben ik een stap verder gegaan dan in mijn onderzoek. Ik stel hieron voor om de regel van de noodzaak los te laten. En dat brengt mij tot slot bij mijn eigen visie.
Waar sta ik zelf?
Ik sta niet op de preekstoel, en dat is ook niet mijn doel of mijn inzet. Van mij hoeven kerkelijk werkers niet te preken. Maar het gebeurt wel veel, en ik denk – gezien de toename en de inzet van het aantal kerkelijk werker in de kerk – dat de kerk meer en meer met deze praktijk geconfronteerd gaat worden.
Ik vind het tegelijk van belang dat kerkelijk werkers voorgaan met consent. Dat hun voorgaan in de kerk gewaarborgd is. Maar ik zie veel praktijkproblemen waarin een consent niet eenvoudig aan te vragen is, omdat het criterium dat er 'in de gemeente geen mogelijkheid is om op andere wijze voor te gaan' onvoldoende aansluit op de praktijk.
Om een voorbeeld te geven uit mijn eigen leven. Ik ben onlangs gevraagd om voor te gaan in een verzorgingstehuis van mijn laatste stagegemeente, omdat de predikant niet kon. Wat doe ik dan? Ik kan nee zeggen, omdat ik geen consent heb en dat ook voor deze situatie niet zal krijgen. Dat zou kerkordelijk gezien en principieel het beste zijn. Maar ik heb toch ja gezegd. Onder andere omdat ik mijzelf graag wil oefenen in het voorgaan, zodat ik daar straks bij een baan profijt van heb. Omdat ik het mooi vind om te doen, en omdat ik ook vind dat ik mijn voorgaan professioneel kan verantwoorden – én omdat ik hiervoor gevraagd ben.
Kort en goed: ik denk dat het een noodzaak is en wordt dat de kerk zich inhoudelijk bezint op het voorgaan van zowel de predikant als kerkelijk werkers. En ik zou het goed vinden als de verschillende HBO-opleidingen, samen met de academische opleiding en de Kleine Synode met elkaar om de tafel zouden gaan. Om met elkaar te komen tot criteria waaraan goede preken voldoen. Want wat is nu eigenlijk een goede preek?
Ook zou het mij goed lijken als kerkelijk werkers na hun opleiding de keuzemogelijkheid te bieden om een soort vervolgtraject te doen, met het doel om een persoonlijke consentaanvraag te kunnen doen. Het consent waarborgt de kwaliteit van het voorgaan en kerkelijk werkers zullen minder gauw onbevoegd voorgaan.
En met deze knuppels in het hoenderhok sluit ik mijn presentatie af en geef ik graag het woord door aan Teunie van de Water. Veel dank voor jullie aandacht."

De tweede spreekster, Teunie van de Water, maakt deel uit van Commissie Preekconsenten en is zelf HBO-theologe. De commissie bestaat uit 8 personen uit de hele breedte van de kerk. Zij zijn een adviescollege van de kleine synode, geven dus niet zelf de consenten af. De commissie gaat er vanuit dat de classis die de aanvraag doet bij de kleine synode commissie zijn voorwerk heeft gedaan: onderbouwing van de noodzaak tot aanvraag van het consent. Is de aanvraag eenmaal bij de commissie dan wordt er van de kandidaat gevraagd een in zijn geheel uitgeschreven dienst te sturen. Die wordt beoordeeld door enkele mensen uit de commissie en concluderend in een gesprek besproken met de kandidaat. Allerlei elementen vanuit de relevante criteria (liturgiek, homiletiek, hermeneutiek, exegese) worden bij elkaar gelegd en leiden uiteindelijk bij de hele commissie tot wel of geen aanbeveling aan de kleine synode. Die zal op zijn beurt de classis adviseren voor het al dan niet verstrekken van een preekconsent.
Wordt die verkregen door de kerkelijk werker, dan zal dat in en dienst worden bezegeld met een belofte en een zegen.
Het consent geldt voor de ene plek waarvoor het is aangevraagd. Bij verandering moet in principe weer een nieuw consent worden aangevraagd.
Wat betreft de sacramentsbevoegdheid, ook daarvoor geldt dit traject, samen met een getuigschrift en een te volgen cursus.

Ook uit de inleiding van Teuni hieronder een aantal kernpunten:

Teunie van de Water:
- Welk doel heeft Cie Preekconsenten (PC)?
o kwaliteitbewaking, kwaliteitverbetering
• Belangrijk dat je eigen gaven herkent en verbeterpunten inziet.
o Toerusting bieden: cursus is gestart. Graag horen we ervaringen.
o Ook signalering van problemen voor KWer, bijv. verschillen per classis
- Wie zijn wij?
o Wie ben ik? Gemeentelid, freelance KWer, meer op vrijw. basis betrokken in kerkenwerk (plaatselijk interkerkelijk, landelijk)
o Ik ga niet voor
o Ik ben vorig jaar bij de Cie gevraagd, dus na het onderzoek van Marleen
o Totaal 8 pers. uit de breedte van de kerk (Ger, Herv (ook GB), EvLuth) - 6 mannen, 2 vrouwen - 6 predikanten, 1 ouderling (WIKA), 1 KWer – 1 docent homiletiek, 1 docent liturgiek, mensen met ervaring in landelijke verbanden)
- Hoe gaan we te werk?
o Officieel zijn we een adviescommissie van de kleine synode, vallen onder juridische zaken => beoordelingscommissie
o kerkenraad dient verzoek in bij classis, zij moeten hierover instemming geven en de noodzaak kunnen onderbouwen. Verzoek aan kl syn, dan naar PC. => het kan veel tijd kosten voor alle stukken in goede orde ontvangen zijn
o Onze secr bundelt het ingezonden materiaal en stuurt het een week voor de verg toe
o secr controleert de gevolgde procedure en de aanwezigheid van de stukken. Als er nog onduidelijkheid is over supervisor, bespreken we dit ook met de KWer (=> supervisor is anders dan mentor! Supervisor maakt 2x per jaar een dienst mee en bespreekt deze met je)
o We vergaderen 1x à 2mnd. Krijgen dan van 5 – 10 pers materiaal: brieven van de aanvraag e.d., orde van dienst en preek (voor het gemak in het vervolg 'preek'). Soms 8 nw aanvragen.
o Tijdens de verg koppels gevormd om gesprek te voeren. Dan worden de preken besproken (die vooraf zijn bestudeert + pers. visie). => van papier (mooi zou zijn id kapel, ondoenlijk ieder af te reizen)
o Koppels nemen punten uit bespreking mee en laten dit doorklinken in de beoordeling. De conclusie ('beoordeling') wordt besproken met de KWer
o Hierbij alle ruimte om motieven, voorbereiding, situatie, gemeente toe te lichten
o Criteria: Liturgie, homiletiek, exegese. De een houdt zich wat meer aan het schema dan de ander. Ook letten we op plaats van tekst-hoorder-voorganger in de preek. Al met al gaat het om bewustwording van keuzes die je maakt
o Gesprek wordt teruggekoppeld naar de Cie. Vervolgens gaat een advies naar de kl syn en wordt de brief verstuurd naar de classis. Soms toevoeging, leestip o.i.d.
o Cursus aanvullende liturgische en homiletische vorming wordt verplicht (behalve bij aantoonbare aanvullende toerusting)
o De classis verleent preekconsent, namens de synode.
o Classis nodigt uit om PC te overhandigen, als het goed is wordt daar een speciaal moment voor uitgekozen, wordt de vraag voorgelezen, belofte, wordt je toegezongen, is er gebed en krijg je de zegen.
o Bij verandering van werkkring moet je in principe een nieuwe aanvraag indienen, meestal gaat dat snel
o Sacramentsbevoegdheid, hoort bij de cursus. Getuigschrift mee, advies naar de classis, zij verlenen bevoegdheid.
- Wat zien we?
o Niet altijd bewust van eigen rol, houding e.d. => tekst, hoorder, voorganger (bijv.niet 'wat moet ik ze vertellen?' maar 'wat kan ik ze vragen?')
o => tekstanalyse, wat betekent dit, dit woord e.d.
o Vaak ethische invulling, moralistisch => wat is de boodschap, wat wil ik overbrengen?

Zwaar gesprek? Nee, juist verhelderend! Zo zijn de meeste ervaringen.
Uitspraak na een gesprek: 'ik kom er achter dat ik nog een hoop moet leren, maar heerlijk is dat!'

Teuni geeft aan dat ze juist dat laatste erg positief vindt, namelijk dat de gesprekken met de commissie vaak leiden tot een proces van bewustwording bij de kandidaat. Hij/zij krijgt zodanige reflectievragen te horen, dat de eigen rol en houding bij de preek meer over het voetlicht komt.

Discussie/nagesprek onder leiding van Jan Leijenhorst (bestuur)
Jan geeft aan dat in vervolg op het onderzoek van Marleen en in overleg met Teunie dit voorjaar een delegatie van het VKW-bestuur (Jan Leijenhorst en Margriet van Andel) te gast wasw bij de Commissie Preekconsenten. Dit was een open en constructief gesprek waarbij nog eens bleek hoe zeer de doelstelling door beide partijen wordt onderschreven: namelijk het handhaven/verbeteren van de kwaliteit van het voorgaan in de diensten en het hanteren van een duidelijke procedure.
Een van de knelpunten daarbij ligt in het gegeven dat er verschillen zijn in het beleid tussen de classes. De afspraak is gemaakt dat een overleg tot stand komt met de RACV's (regionale adviseurs classicale vergaderingen) in den lande om dit in kaart te brengen en tot verbeterpunten te komen.
Verder kwam aan de orde de vraag bij wie uiteindelijk de verantwoordelijkheid ligt voor het onbevoegd voorgaan. De Commissie vond: bij de kerkelijk werker. Wat vinden wij hiervan?
Het is duidelijk dat wij hierover van mening verschillen met de commissie.
Over deze vraag en een aantal andere knelpunten ontstond een vurig gesprek met de aanwezige VKW-leden.
Een greep hieruit:
- je werkt in twee gemeenten, in de ene mag je voorgaan en in de andere niet.
- je hebt toestemming voor een classis, 2 km verderop 'mag' het niet.
- waarom niet landelijk en waarom telkens verlengen ?
- ongewenst maar nog steeds gangbaar taalgebruik dat je een consent 'hebt' of zelf aanvraagt (zie ook vacatureteksten)
- probleem bij voorgaan in verpleeghuis/zorginstelling als er geen zending vanuit een gemeente is, graag aandacht hiervoor
- moeite met het gegeven dat het werkgerelateerd is en niet persoonsgebonden
- geloofsinhoud b.v. christologie: houdt de commissie wel rekening met de volle breedte van de protestantse kerk?
- ervaring met de cursus zeer positief, aan te bevelen!

Afsluitend: een aantal leden reageerde rond de ALV al inhoudelijk op dit onderwerp. Reacties en vragen blijven nog altijd welkom want wij spelen die zo mogelijk door aan de commissie. In de verwachting dat met de inmiddels aangebrachte (cursus!) en nog in te voeren verbeteringen de procedure zelf steeds minder aandacht zal vragen kan in de toekomst hopelijk het gesprek vooral gaan over de vraag 'wat is een goede preek?'

(Zie vervolg hieronder)
Kerkelijke uitvaarten
Op een belangrijke vraag zou nog worden teruggekomen, namelijk hoe precies de regelingen zijn rond de bevoegdheid voor te gaan in uitvaartdiensten. Is hier sprake van erediensten in de strikte zin van het woord of spreken van bijzondere vieringen? Een zeer heldere en informatieve uiteenzetting stuurde een van de leden, Hennie Haan, ons toe. Met dank aan Hennie laten wij u hier graag in delen. Het betreft een inleiding die zij hield voor haar werkgemeenschap.

1. Kerkorde: Ordinantie 5.1.2 (onderstrepen van mij, HH)
De gemeente kan tevens samenkomen
- in leerdiensten;
- in de bidstond en de dankstond voor gewas en arbeid en de kerkdiensten op de oudejaarsavond en de nieuwjaarsmorgen;
- in kerkdiensten ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen in het leven van de gemeenteleden en van de gemeente zoals trouwdiensten, diensten van rouwdragen en gedenken en zegenvieringen;
- in kerkdiensten naar aanleiding van belangrijke gebeurtenissen in de kerk en in de wereld.
Het is een officiële eredienst, waarin een officiële voorganger voorgaat en waarbij er ambtelijk vertegenwoordiging is

2. dienstboek, p 880 (onderstrepen van mij, HH)
Kerkelijke uitvaart
In dagen van rouw zoeken leden van de gemeente de nabijheid van de kerk. De gemeente is immers 'gemeenschap der heiligen', zichtbare gestalte van de opgestane Heer met al de zijnen, op heel deze aarde en door alle geslachten. In de nabijheid van de dood kan de kerk haar leden bijstaan in het zoeken naar de troost en de beloften van het evangelie. Waar de kerkelijke gemeenschap kan delen in het verdriet van de nabestaanden, wordt de gemeenschap met Christus zichtbaar, die ons ervan verzekert dat wij 'door de doop in zijn dood met hem begraven zijn om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden' (Romeinen 6:4).
In de laatste decennia is de overtuiging gegroeid dat de kerk rouwende gemeenteleden niet alleen pastoraal bijstaat in hun verdriet, maar ook samen met hen de begrafenis of crematie van hun doden wil stellen in het licht van de opstanding van Jezus Christus, haar Heer. De Kerkorde rekent dan ook tot de taak van de predikant 'het leiden van (...) diensten van rouwdragen en gedenken' (Ordinantie 3-9).
De nabestaanden die hun dode moeten begraven of laten cremeren vertrouwen bij een kerkelijke uitvaart de leiding van de begrafenis of crematie toe aan de kerk. De kerk treedt dan op als gastvrouw, de uitvaartonderneming is dienstverlenend aanwezig. Dit geldt niet alleen als de uitvaartdienst in de kerk, maar ook als die in een aula plaatsvindt.
Wanneer de gemeente samen met de nabestaanden haar doden begraaft of cremeert, zal vaak een predikant of een kerkelijk werker in de uitvaartdienst voorgaan. De gemeente kan het leiden van de uitvaart ook aan een ander gemeentelid toevertrouwen. Bij alle uitvaartdiensten wordt de gemeente vertegenwoordigd door een ambtsdrager.
Bij de kerkelijke uitvaart spelen zowel het gedenken van de gestorvene als het vertroosten van de nabestaanden een rol. Familie en vrienden en de kerkelijke gemeente nemen afscheid van iemand uit hun midden. De overledene moet worden losgelaten, maar zij mogen haar of hem in handen geven van de levende God. Daarom gedenken de nabestaanden hun dode, haar leven en sterven, haar vertrouwen en verlangen, haar angst en haar hoop. Zo brengen zij haar of hem ook in Gods gedachtenis. Over het afscheid schijnt het licht van de opstanding van Jezus Christus. Dat evangelie troost ook de nabestaanden met vertrouwen in de toekomst die God schenkt.
De voorganger zal rekening houden met de aard van de kerkelijke betrokkenheid van hen die in de uitvaartdienst aanwezig zijn. Dit kan zich vertalen in taal- en beeldgebruik, de keuze van lezingen en liederen of in de wijze waarop de aanwezigen worden aangesproken.

3. mail van mr Martine Eker van het landelijk dienstencentrum
Een rouwdienst kan –en nu citeer ik een passage uit een artikel van dr. P. van den Heuvel in het blad 'Kerkbeheer' van januari 2007– ' ... op verschillende manieren worden ingevuld:
- als een officiële kerkdienst waarin alleen een bevoegde voorganger (meestal een predikant) mag voorgaan, en waarin andere ambtsdragers (ouderlingen en diakenen) dienst doen,
- of als een samenkomst met een pastoraal karakter waarin (behalve de predikant of kerkelijk werker met preekbevoegdheid) ook anderen kunnen voorgaan. Vroeger had een rouwdienst (aan huis, in een verenigingsgebouw of in de aula van de begraafplaats) in verreweg de meeste gevallen een dergelijk karakter.
(Over deze 'vrije' samenkomst is eveneens gepubliceerd in Kerkinformatie van november 2006, een artikel dat u kunt terugvinden op de website van de Protestantse Kerk in Nederland (www.pkn.nl à linksboven: Tijdschriften à Kerkinformatie à Voorgaande nummers).
- Een andere mogelijkheid is dat het kerkgebouw aan de familie 'verhuurd' wordt of 'ter beschikking gesteld' voor een bijeenkomst die niet van de kerkelijke gemeente uitgaat –en waarvoor de kerkenraad geen inhoudelijke verantwoordelijkheid draagt. In dat geval stelt de gemeente alleen het gebouw beschikbaar, al dan niet tegen vergoeding. Wie er in de afscheidsdienst voorgaat, is dan geen verantwoordelijkheid van de kerkenraad en het is dan geen samenkomst die van de gemeente uitgaat.
Voor een "samenkomst met een pastoraal karakter" als hiervoor omschreven gelden niet de regels omtrent een bevoegde voorganger en ambtelijke tegenwoordigheid. Overigens, als de kerkenraad zich verantwoordelijk acht voor deze samenkomsten lijkt het mij in lijn hiermee dat er wel tenminste één ambtsdrager aanwezig is bij een dergelijke samenkomst.
Afhankelijk van het soort rouwdienst is er dus wel of geen ambtelijke vertegenwoordiging van de kerkenraad nodig.

4. Artikel kerkinformatie nov 2006: over de cursus: het leiden van uitvaarten door gemeenteleden
De gewoonte van families om hun geliefde vanuit de kerk te begraven bestaat sowieso nog niet zo lang. Vijftig jaar geleden werden gemeenteleden vrijwel altijd begraven vanuit het sterfhuis. Mede door de verstedelijking en de secularisatie kwam er in de jaren zestig een zekere verzakelijking in het omgaan met de dood. De dood moest het huis uit. Veel begraafplaatsen kregen aula's met koelruimten en stemmige zalen. Zowel in het sterfhuis als later in de aula werden de dominee of een familielid uitgenodigd om tijdens de plechtigheid uit de bijbel te lezen en een kort bemoedigend woord te spreken. Maar dat ging lang niet altijd gepaard met ambtelijke vertegenwoordiging.

5. De vraag die gesteld is, is: Hebben we een kerkelijke traditie waar we voor staan of draaien we wat gevraagd wordt?
Een en ander zal afhangen van wat voor gemeente je wilt zijn.
- Een kerk strak in de traditie met weinig ruimte voor persoonlijke inbreng, de dominee bepaalt.
- Een open gemeenschap waar gezocht wordt naar wegen om mensen op God betrokken te laten zijn
- Een gemeenschap waar mensen welkom zijn die alleen rijdend (doop, huwelijk, overlijden) en misschien nog met kerst, binnenkomen en waar gezocht wordt naar wegen om ook deze mensen ruimte te bieden
- Een gemeenschap, zeer oecumenisch of zelfs interreligieus, waar ruimte is voor allerlei gedachtegoed
- Of ....

Hier begint, denk ik, de discussie.
Mijn artikel is te vinden op mijn website: www.haandebraal.nl → Hennie → artikelen → uitvaart op maat
Tot zover deze berichtgeving over de ALV op 14 november. Met dank voor ieders bijdragen Het onderwerp 'voorgaan' zelf zal zeker aandacht blijven vragen. Reacties en ervaringen uit de praktijk blijven van harte welkom!

bestuur VKW

« Terug naar het nieuwsoverzicht

Adressen

Als gevolg van de fusie vormen de besturen van VKW en Kerk & Ideëel vanaf 2016 tezamen één bestuur.

voorzitter namens K&I:
John Kerseboom

voorzitter namens VKW:
Christiaan Boers
Wijkseweg 15,
7396 BC Terwolde
0571 - 795024 / 06 53847528
cboers58@kpnmail.nl

secretaris namens K&I:
Theo van Driel
kerkenideeel@cnvpubliekezaak.nl

secretaris namens VKW:
Pieter Quakkelaar
Straatweg 130D,
3603 CS Maarssen
034 6574738 / 06 11956787
p.quakkelaar@kpnplanet.nl

penningmeester
Hans Wilders
Bovenvenen 32
1507 MK Zaandam
075 6354715/0657219625